Sinead Wendt
Vorige week bezocht ik een lezing over Lenz van Georg Büchner. Na afloop van de lezing kwamen er vanuit het publiek met name vragen naar de bedoeling of de boodschap van de auteur. Nu had de lezing zelf een sterk biografische inslag, maar toch verbaasde het mij enorm dat er louter met betrekking tot de auteur vragen werden gesteld. Sindsdien zoek ik naar een antwoord op de vraag; ‘waarom vindt men de auteur zo belangrijk?’. Bij Literatuurwetenschap leren we op de spreekwoordelijke eerste dag van onze studie al dat de auteur dood is. Deze beroemde zin van Roland Barthes heeft mij altijd enorm aangesproken, omdat je door de auteur dood te verklaren veel meer ruimte krijgt in je interpretatie en de remmende kracht van de auteur genegeerd kan worden. Door de auteur dood te verklaren heeft de literatuurwetenschap de literatuur tot een autonoom veld weten te maken waarin naar hartelust onderzoek kan worden gedaan, er op los geïnterpreteerd kan worden en er een algehele vrijheid in onderwerpskeuze en associatie bestaat. Ik vermoed dat buiten de literatuurwetenschappelijke praktijk weinig mensen op een autonome literatuur zitten te wachten. Als we alleen al kijken naar de vragen die en willekeurig publiek na een lezing stelt zien we deze tendens. Om het theoretisch te onderbouwen zou ik willen verwijzen naar Goethe en Spivak, die het doel van de literatuur stellen als het gaan begrijpen van de cultuur waaruit de tekst komt, een doel waarin de literatuur niet op zichzelf bestaat maar representant van een cultuur is. Naast dit theoretische kader, kwam ook vrij snel het personage Arnon Grunberg in mij op. Grunberg is een veelzijdig schrijver, die, zoals ook al eerder is gezegd, naast romans en toneelstukken ook reportages, columns en zogenaamde ‘voetnoten’ in de Volkskrant schrijft. Grunberg is voor veel mensen een prettige auteur: hij verstopt zich niet achter zijn boeken maar treedt in het publieke leven en heeft overal een mening over. Zijn rol in de maatschappij is de rol van leider, een cultureel leider die de massa vertelt waar ze heen moeten gaan, waar ze over na moeten denken, wat ze van bepaalde zaken moeten denken, wat ze als voorbeeld moeten nemen en wat ook niet. Grunberg is de leider die de mens nodig heeft, als we met Heidegger denken. Zou je dan moeten stellen dat het doodverklaren van de auteur buiten ons vakgebied eigenlijk weinig voeten aan de grond heeft gekregen? De tendens om werken (auto)biografisch te lezen is niet te ontkennen, iets dat bijvoorbeeld de aanklacht tegen Maria Mosterd wegens smaad dan weer bevestigt. Mosterd heeft het boek Echte mannen eten geen kaas geschreven en na een enorme ophef omdat niet alles wat erin stond echt was gebeurd, is ze aangeklaagd wegens smaad, omdat niet alles echt gebeurd was. De man die heeft gefungeerd als hoofdpersonage blijkt geen loverboy te zijn en Mosterd heeft zijn naam bevuild door hem wel als loverboy neer te zetten. In mijn ogen is het fascinerend dat het ‘publiek’ of de ‘massa’ geen onderscheid kan of wil maken tussen fictie en waargebeurd; wat maakt het nu uit of iets echt is gebeurd? Blijkbaar heel erg veel. Als het waargebeurd is, dan is het blijkbaar veel erger/ontroerender/leuker/spannender dan wanneer het verzonnen is. Als het waargebeurd is, spreekt het verhaal de lezer blijkbaar veel meer aan dan wanneer de sticker ‘fictie’ op de kaft staat. Wanneer een boek gepresenteerd wordt als waargebeurd, is het geen autonoom object maar direct verbonden aan ‘het leven’ of ‘de werkelijkheid’. Als het boek zichzelf verkoopt als waargebeurd, dan is het blijkbaar niet meer ‘zomaar’ een boek. Wat moeten wij als literatuurwetenschappers nu met dit gegeven? Heel hard roepen dat het echt niet uitmaakt wat de auteur denkt en vindt en zou bedoelen? Heel hard roepen dat het niet uitmaakt of iets verzonnen is of ‘echt’? Heel hard roepen dat het om de kwaliteit van de tekst gaat, niet om het waarheidgehalte? Maar tegen wie roepen we dan? En wat hopen wij dan te bereiken? De auteur voorgoed zijn graf in helpen? De literatuur eindelijk autonoom te maken? Maar wat is autonomie precies? Kan autonomie wel bestaan? Autonomie van de literatuur is waarschijnlijk een ideaal dat nooit werkelijkheid zal en kan worden.
Gebruikte literatuur: Barthes, Roland. “The Death of the Author”. Image, Music, Text. Trans. Stephen Heath. London: Fontana Press, 1977. Heidegger, Martin. “The Self-Assertion of the German University”. Trans. Karsten Harries. Review of Metaphysics. 38:3 (1985). 467 – 480. Schulz, Hans Joachim et al. Comperative Literature: The Early Years: An Anthology of Essays. Chapel Hill: University of North Caroline Press, 1973. 3 – 44 (Fragmenten over Goethe en Weltliteratur) Spivak, Gayatri Chakravatory. “Crossing Borders”. Death of a Discipline. New York: Columbia University Press, 2003. 1 – 23.
~ End Article and Begin Conversation ~
There are no comments yet...
~ Now It's Your Turn ~
You must be logged in to post a comment.